Eindelijk. New York City. Hoofdstad van de wereld. De stad waar het allemaal gebeurt. Waar je ongemerkt mee opgroeit zonder er ooit te zijn geweest. Ik wilde die stad al lange tijd een keer meemaken. Met eigen ogen het Vrijheidsbeeld zien. Een yellow cab pakken door met een vinger omhoog op straat te staan tegen een achtergrond van wolkenkrabbers en rook die uit de stoep stijgt. De melancholische melodieën van George Gershwin horen terwijl de schaatsers in Central Park hun rondjes draaien. Verwonderd om je heen kijken en in je hoofd een voice-over inspreken zoals Carrie in Sex and the City. Op de Empire State Building staan en triomfantelijk "top of the world, ma!" roepen. Mezelf onderdompelen in de hectiek. Kort gezegd, in de woorden van Frank Sinatra: "I want to be part of it." En nu was het zover, al was het maar voor een week.

 

vlnr: Howard Johnson's op Times Square, de klok van Tiffany's, de W lijn van de metro, marathonlopers op First Avenue

 

Aanleiding was de marathon van New York. Een vriend van me, Yoel, zou die gaan lopen en vroeg of ik mee ging. Om hem aan te moedigen wel te verstaan. Ik boekte online een vlucht en een hotel. Toevallig ging mijn compagnon Edo dezelfde week ook naar New York. Zijn vriendin is piloot bij KLM. Hij vliegt af en toe mee en plakt er dan een paar dagen vakantie aan vast. Als een geluk bij een ongeluk belandde ik op zijn vlucht. Terwijl mijn toestel met technische problemen nog aan de grond stond zat ik in business class naast Edo aan de champagne. Ik kan je zeggen, die zeven uur duren in business class een stuk korter. Als toetje zagen we onderweg ter hoogte van Groenland het noorderlicht in de lucht dansen. Betoverend. Bij de landing zaten we in de cockpit. Vliegen is lang niet zo eng als je weet hoe ze het doen. Mijn trip was amper begonnen en kon al niet meer stuk.

 

french toast
Zaterdagochtend word ik om zes uur wakker. Ik doe de gordijnen open en bam, de stad is al bezig. Door de lucht van geroosterde pinda's van de straatverkoper loop ik de hoek van de straat om en sta op Times Square. Jezus, wat een hoop billboards. Ik stap de diner Howard Johnson's binnen en bestel een French toast met bacon. De serveerster op leeftijd laat niet na, geroutineerd als ze is, mij te herinneren aan de tip die niet in rekening wordt gebracht. Ik wandel door Midtown en kijk m'n ogen uit. Rockefeller Plaza, Carnegie Hall, Trump Tower, Tiffany's, Radio City Music Hall, de Chrysler Building, Fifth Avenue, het bestaat allemaal echt. Geweldig. Ik steek een kaars aan in St Patrick Cathedral voor mijn moeder bij de nis van Sint Antonius. Oude gewoonte van me als ik op reis ben. Ik ben niet gelovig maar mijn moeder wel. En ze heeft wat met die Antonius. Ik ontmoet Edo en zijn vriendin Yo voor de Toy R Us terug op Times Square. Een man stapt op ons af en biedt ons vier kaartjes aan voor een klassiek concert van Verdi. De kaartjes kosten 88 dollar maar we mogen ze hebben. Hij zit in het orkest, had de kaarten geregeld voor vrienden die op het laatste moment hebben afgezegd. De kaartjes bleken nog echt ook en dus zaten we 's avonds naar het Requiem te luisteren in het sjieke Lincoln Center. Beginner's luck.

 

klik voor korte video

Times Square overdag. Times Square met nightvision. [DivX vereist]

 

go runners
De volgende dag sta ik na een wandeling door Central Park in Uptown New York op de afgesproken plek langs de kant van de weg tussen de toeschouwers van de marathon. Yoel zou er rond het middaguur voorbij komen rennen. Ik scan de gezichten van de duizenden lopers. Dronken word ik ervan. Dat komt goed uit, want het is koud. Het publiek is enthousiast en moedigt de lopers fanatiek aan. Een vrouw naast me schreeuwt voortdurend "go runners go!" en rondt haar mantra telkens af met een luide gil. Als omstanders hun loper spotten gaan ze compleet los. Gillen, klappen, foto's en warme omhelzingen. Overdreven? Nee. Gemeend. Het enthousiasme is oprecht en werkt aanstekelijk. Ik manouvreer mij steeds verder naar voren totdat ik achter het hek op de voorste rij sta. Ik slaak pardoes een gil voor een onbekende. Want hij loopt vandaag 42 kilometer in een paar uur. Ik heb al spierpijn in mijn kuiten van een hele dag door de stad slenteren. Op het moment dat ik de hoop wil opgeven Yoel nog voorbij te zien komen, zie ik hem plots lopen. Ik geef me over aan de sfeer en schreeuw zijn naam. Hij ziet me en we begroeten elkaar uitbundig. Hij ziet er nog fris uit maar hij moet nog een eind. Ik moedig hem zo goed als ik kan aan door te gaan en zie hem weer opgaan in de menigte lopers op weg naar de finish. Dit was waarvoor ik eigenlijk ben gekomen en voel me blij dat ik hem gezien heb. Hij finishte in 4 uur en 59 minuten. Jankend van de pijn.

Ik was die avond een beetje in de war. Amerikanen zijn luidruchtig, oppervlakkig en plastic. Althans, dat is het vooroordeel. Maar die middag, daar op de kruising 86th Street en First Avenue, zag ik een ander Amerika. Ik zag het ook op straat. Ik liep per ongeluk tegen iemand op midden op Times Square en hij was degene die "excuse me" zei. Dat is misschien een geprogrammeerde beleefdheid, ja. Maar moet je eens kijken wat voor een reactie je op Rembrandtsplein krijgt. Of het "hello, how are you doing?" in elke zaak die je binnenloopt. Ook beleefdheid die misschien niet gemeend is, maar ik vind het toch wel prettig vergeleken met het chagrijn van de gemiddelde Amsterdamse horecagelegenheid. Nee, die Amerikanen vallen best wel mee - als je ze in hun eigen omgeving tegenkomt.

 

vlnr: rouwkaarten bij Ground Zero, de voorgevel van de beurs op Wall Street, het Vrijheidsbeeld, opgezette grizzly beren in het American Museum of Natural History

 

ground zero
Op maandag namen we de metro richting Downtown. SoHo, Greenwich Village, TriBeCa en Lower Manhattan met Ground Zero en Wall Street. Ground Zero was een grote put met een stalen hek er omheen. Zwarte gedenkplaten herinnerden aan de mensen die er zijn overleden. De schutting rondom St Paul's Chapel hing nog vol met bloemen, teksten en talloze Star & Stripes. Bouwverkeer rijdt af en aan, al is men er nog niet over uit wat de nieuwe bestemming wordt. Het metrostation Cortlandt Street, de stop voor het voormalige WTC, was net die week heropend. Edo en Yo gingen daarna door naar de Empire State Building. Last van hoogtevrees besloot ik te gaan shoppen op straatniveau. Die avond kregen we op Times Square een flyer in onze handen gedrukt van een comedyclub die Ha! heet. Ja, leuke naam, zal wel niks zijn. We wilden naar de befaamde club Caroline's maar hadden geen reserveringen. Dan toch maar Ha!. De host deed zijn best en stelde diverse gasten de traditionele "so where're you from?" vraag. "Amsterdam! Oh yes people, he's from the country that doesn't know how to call itself. The Netherlands? Holland? Make up your mind! Haha." Nou ja, hij wist tenminste waar Amsterdam lag.

 

don't worry
De volgende ochtend was het stralend weer. Mooi weer voor een goed uitzicht. Ik dacht aan de Empire State. Het zat me dwars dat ik niet mee durfde. Aan de andere kant, ik ben op vakantie. Dat doe je dingen die je leuk vindt. Geen dingen waarvan het angstzweet je uitbreekt. Maar ik ben nu hier en krijg vast spijt als ik niet ga. Verdomme, ik ga gewoon. Voor de ingang van het gebouw kijk ik bewust niet omhoog. Binnen sluit ik aan in de rij voor een kaartje. Ik kan nu nog weg denk ik bij mezelf. Nee, ik ga omhoog. In de rij voor de lift naar de 80ste verdieping zie ik nog een bordje Exit. Nee, ik ga omhoog. De liftdeuren sluiten zich. Er staan twintig mensen tegen elkaar naar de etageteller te kijken als plots de lift hard remt. M'n ontbijt komt bijna naar boven. De lift hangt stil en er gebeurt niks. De deuren blijven gesloten. Na tien minuten, misschien waren het er slechts twee, ik was afgeleid door mijn hart die hard in mijn keel bonkte, drukte iemand toch maar op de alarmknop. "Hello? You're stuck? Don't worry. We're gonna send some mechanics up to get you people out." Wat?! Oh mijn god, dadelijk zitten we hier uren in deze benauwde lift. En even plots als hij remde, komt de lift opeens weer in beweging en brengt ons naar boven. Het observatorium was daarna een peuleschil, al hield ik wat afstand tot het hek.

 

klik voor korte video

Empire State Building vanaf de grond. Het uitzicht vanaf de top. [DivX vereist]

 

De dagen die volgden verliepen wat rustiger. De benen wilden ook niet meer zo. Dus ik nam zoals de meeste New Yorkers de metro. Naar de Staten Island Ferry om het Vrijheidsbeeld te zien. Naar Downtown waar ik met collegajournalist Jeroen Pietersma had afgesproken. En naar het American Museum of Natural History met zijn schitterende vitrines, dinosaurussen en planetarium. Veelzeggend was trouwens de bediende in het museum aan wie ik vroeg of ik ook met creditcard kon betalen. "Sure. After all, we want your money." Da's tenminste een eerlijk antwoord. New York is duur en je kunt er ontzettend veel geld uitgeven. Als je dat niet graag doet, dan moet je niet gaan.

 

Een paar van de films die ik er heb gezien en kan aanraden:

Comedian met Jerry Seinfeld

Jackass the Movie

Punch-Love Drunk van PT Anderson

 

gelukkige mensen consumeren niet
Op de laatste avond heb ik ter afsluiting nog een film gepakt. Bowling for Columbine van Michael Moore die ook op de IDFA vertoond zal worden. De film gaat in op het wapenbezit in de VS. En vooral op de vraag waarom de VS jaarlijks zoveel moorden tellen in vergelijk met andere landen. Vanwege het geweldadige karakter? Landen als Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Japan zijn ook niet altijd lieverdjes geweest. Het wapenbezit dan? Buurland Canada telt procentueel evenveel wapenbezit maar slechts een fractie van het aantal moorden. Moore komt uit op angst. Angst die wordt gepropageerd door de media en de politiek en een ideale voedingsbodem vormt voor consumentisme, conservatisme en discriminatie. Angst die inmiddels ook in Nederland leeft, heb ik de indruk. En net als in de lift van de Empire State Building moet ik aan een citaat uit Dune denken: "I must not fear. Fear is the mind-killer. Fear is the little-death that brings total obliteration. I will face my fear. I will permit it to pass over me and through me. And when it has gone past I will turn the inner eye to see its path. Where the fear has gone there will be nothing. Only I will remain."

Als laatste van de groep bezoekers pak ik op vrijdagmiddag een taxi richting JFK. Terug in economy class. Terug naar huis.

I New York.

 

© november 2002   home